De mens, de kroon der schepping?

Psalm 8 - De mens, de kroon der schepping?

1 Een psalm van David, voor den opperzangmeester, op de Gitthith.
2 O HEERE, onze Heere! hoe heerlijk is Uw Naam op de ganse aarde! Gij, die Uw majesteit gesteld hebt boven de hemelen.
3 Uit den mond der kinderkens en der zuigelingen hebt Gij sterkte gegrondvest, om Uwer tegenpartijen wil, om den vijand en wraakgierige te doen ophouden.
4 Als ik Uw hemel aanzie, het werk Uwer vingeren, de maan en de sterren, die Gij bereid hebt;
5 Wat is de mens, dat Gij zijner gedenkt, en de zoon des mensen, dat Gij hem bezoekt?
6 En hebt hem een weinig minder gemaakt dan de engelen, en hebt hem met eer en heerlijkheid gekroond?
7 Gij doet hem heersen over de werken Uwer handen; Gij hebt alles onder zijn voeten gezet;
8 Schapen en ossen, alle die; ook mede de dieren des velds.
9 Het gevogelte des hemels, en de vissen der zee; hetgeen de paden der zeeen doorwandelt.
10 O HEERE, onze Heere! hoe heerlijk is Uw Naam op de ganse aarde!

U heeft het vast wel eens gehoord, de mens is de kroon op Gods schepping. Maar wist u wel dat dat helemaal niet in de Bijbel staat? Nou ja, het staat wel in de Bijbel, in de NBG’51 namelijk, maar dat is door de vertalers boven Psalm 8 gezet.
De Bijbel zelf kent die opschriften boven de verschillende perikopen niet, evenals een hoofdstuk indeling. Dit is allemaal werk van de vertalers.
Maar de veel voorkomende uitdrukking: “De mens is de kroon op Gods schepping” komt dus boven Psalm 8 vandaan, omdat er in de NBG’51 staat in Psalm 8:4,5

Wat is de mens, dat Gij zijner gedenkt, en het mensenkind, dat Gij naar hem omziet?
Toch hebt Gij hem bijna goddelijk gemaakt, en hem met heerlijkheid en luister gekroond.

Terwijl er in de statenvertaling staat:

En hebt hem een weinig minder gemaakt dan de engelen, en hebt hem met eer en heerlijkheid gekroond?

Hoe weten we nu wat de juiste vertaling is en wat het precies betekent? Dat is in dit geval heel gemakkelijk. Deze Psalm wordt namelijk in Hebr. 2:7 aangehaald. Daar staat in de NBG’51:

Gij hebt hem voor een korte tijd beneden de engelen gesteld, met heerlijkheid en eer hebt Gij hem gekroond.

En in de statenvertaling staat in Hebr.2:7

Gij hebt hem een weinig minder gemaakt dan de engelen; met heerlijkheid en eer hebt Gij hem gekroond, en Gij hebt hem gesteld over de werken Uwer handen.

Als je deze 4 verzen (die allemaal hetzelfde zouden moeten zeggen) naast elkaar legt, dan zul je zien dat de uitdrukking:”Gij hebt hem bijna goddelijk gemaakt” niet in het rijtje thuishoort.
Dat klopt ook precies, want dat staat er ook niet. De Psalm gaat namelijk over iemand die voor een korte tijd beneden de engelen is gesteld.
De uitdrukking:”een weinig” betekent niet dat hij een beetje minder is geworden dan de engelen, maar betekent een korte tijd beneden de engelen gesteld. De uidrukking:”een weinig” kan zeker 2 dingen betekenen, namelijk (in populair Nederlands):

  • een beetje
  • een poosje

De statenvertaling is hier dus correct in Psalm 8. Het gaat hier namelijk over iemand die voor een korte tijd beneden de engelen is gesteld, maar die (blijkbaar na die korte tijd) weer boven de engelen is gesteld en heerlijkheid en eer ontvangen heeft. Wie dat is? Uiteraard de Messias, die in het oude Testament beloofd was (zoals hier in Psalm 8), de Here Jezus Christus.

Genesis 1, Psalm 8 en Hebreen 2

Dan maar weer terug naar de Psalm 8 en Hebr.2. Deze Psalm wordt dus in Hebr. 2 aangehaald, laten we eens kijken wat daar dan precies staat. Hebr. 2:6-9

6 Maar iemand heeft ergens betuigd (namelijk in Psalm 8), zeggende: Wat is de mens, dat Gij zijner gedenkt, of des mensen zoon, dat Gij hem bezoekt!
7 Gij hebt hem een weinig minder gemaakt dan de engelen; met heerlijkheid en eer hebt Gij hem gekroond, en Gij hebt hem gesteld over de werken Uwer handen;
8 Alle dingen hebt Gij onder zijn voeten onderworpen. Want daarin, dat Hij hem alle dingen heeft onderworpen, heeft Hij niets uitgelaten, dat hem niet onderworpen zij; doch nu zien wij nog niet, dat hem alle dingen onderworpen zijn;
9 Maar wij zien Jezus met heerlijkheid en eer gekroond, Die een weinig minder dan de engelen geworden was, vanwege het lijden des doods, opdat Hij door de genade Gods voor allen den dood smaken zou.

Hier wordt uitdrukkelijk geleerd dat degene die een weinig minder geworden was dan de engelen, niemand anders is dan de Here Jezus Christus (vers 9). Hij is Degene die beneden de engelen gesteld werd bij Zijn geboorte. Hij was Degene die hier op aarde kwam als mens, vernederd in het vlees.
Maar waarom? Dat staat in hetzelfde vers, namelijk om te kunnen sterven. Hij is degene die in onze plaats is gaan staan en de straf der zonde voor ons gedragen heeft. Daarmee is het verhaal nog niet afgelopen, want Hij is ook weer opgestaan uit de dood en is nu met eer en heerlijkheid gekroond. Hij is gezeten op de allerhoogste troon in de hemel en alle dingen zijn aan Zijn voeten onderworpen, alleen dat zien wij nu nog niet, omdat Hij dat nog niet geopenbaard heeft (vers 8).
Hij namelijk koning over de gehele wereld. De Here Jezus zei ook, direct nadat Hij uit de dood was opgestaan:”Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde”.
Dat is namelijk precies wat er verder ook in de Psalm staat, namelijk dat de zoon des mensen zou heersen over het werk van Gods handen. Hij zou heersen over alle dieren, alle vogels en alle vissen, dat is wat er staat in Ps. 8:7-9.
Weet u nog tegen wie dat nog meer gezegd is, dat hij zou heersen over alle dieren, vogels en vissen? Dat was aan Adam.

Genesis 1:28
En God zegende hen, en God zeide tot hen (Adam en Eva): Weest vruchtbaar, en vermenigvuldigt, en vervult de aarde, en onderwerpt haar, en hebt heerschappij over de vissen der zee, en over het gevogelte des hemels, en over al het gedierte, dat op de aarde kruipt!

Wat er gebeurt is dat de opdracht aan Adam, niet door Adam vervult geworden is. Adam zou eigenlijk koning zijn over de hele aarde, maar wat heb je aan een koning die geen eeuwig leven heeft? Helemaal niets. Adam werd door de dood verhinderd koning te blijven over de hele wereld, daarom zou er iemand moeten komen met eeuwig leven. U weet wie dat is, het is de Here Jezus Christus. Deze opdracht wordt namelijk vervuld door de Here Jezus, de laatste Adam (1Co 15:45). Adam was dus een voorloper, dan wel een type van de Here Jezus (Rom. 5:14).

De zoon des mensen

In vers 5 van Psalm 8 staat:

Wat is de mens, dat Gij zijner gedenkt, en de zoon des mensen, dat Gij hem bezoekt?

Dit is de eerste keer dat de uitdrukking:”zoon des mensen” in de Bijbel voorkomt. Deze uitdrukking kent u waarschijnlijk wel, want zo noemde de Here Jezus zichzelf (bijna) altijd.
Ook komt deze uitdrukking (zij het dan in het Aramees) ook voor in Daniel 7:13

Verder zag ik in de nachtgezichten, en ziet, er kwam Een met de wolken des hemels, als eens mensen zoon, en Hij kwam tot den Oude van dagen, en zij deden Hem voor Denzelven naderen.

Het is hier duidelijk dat het over de Messias gaat, leest u het volgende vers maar eens.

En Hem werd gegeven heerschappij, en eer, en het Koninkrijk, dat Hem alle volken, natiën en tongen eren zouden; Zijn heerschappij is een eeuwige heerschappij, die niet vergaan zal, en Zijn Koninkrijk zal niet verdorven worden.

Hier gaat het weer om hetzelfde, de zoon des mensen zou heersen over de hele aarde, over alle dieren, vogels en vissen. Het is hetzelfde als in Gen.1; Psalm 8 en Hebreen 2.
Maar wat betekent deze uitdrukking precies, zoon des mensen?

Zoon

Een zoon in de Bijbel heeft altijd de betekenis van erfgenaam, een zoon wordt in de Bijbel niet geboren, maar aangesteld. Toen God aan Abraham beloften deed, vond Abraham dat allemaal heel erg mooi, maar aangezien hij nog geen kinderen had die de beloften zouden kunnen erven, wil Abraham Eliezer aanstellen als zijn zoon (Gen.15), namelijk als erfgenaam van de beloften. Dikwijls zijn de zonen in de Bijbel niet de lijfelijke kinderen van de vader, maar worden ze aangesteld als zoon, namelijk als erfgenaam. Zoals een zoon een erfgenaam is, zo is een vader altijd de erflater. Daar gaat ook heel Genesis over, over de vraag:“Wie wordt de erfgenaam?”
U weet dat in Genesis altijd de natuurlijke eerstgeborene gepasseerd wordt door een jongere broer.

Ismael was de eerstgeborene, maar Izak kreeg het eerstgeboorterecht.
Ezau was de eerstgeborene, maar Jakob kreeg het eerstgeboorterecht.
Ruben was de eerstgeborene, maar Jozef kreeg het eerstgeboorterecht.
Manasse was de eerstgeborene, maar Efraim kreeg het eerstgeboorterecht.

De zoon is dus degene die het eerstgeboorterecht krijgt, maar het is (bijna) nooit de oudste, die wordt altijd gepasseerd. Dat is het algemeen Bijbelse principe:

Hebr.10:9b
Hij neemt het eerste weg, om het tweede te stellen.

Des mensen

Bovenstaande uitdrukking betekent niet “van de mensen”, maar “van de mens”. Net als:

Boom des levens = Boom van het leven
Zoon des mensen = Zoon van de mens

Weet u wel dat er in het hebreeuws staat “Zoon van Adam”. In Genesis 2 en 3 wordt ook afwisselend gesproken over Adam en De mens, maar beide woorden zijn in het Hebreeuws gewoon Adam.
De uitdrukking “Zoon des mensen” betekent dus “erfgenaam van Adam”.
Dat is nu precies waar dit hele artikel over gaat. Tegen Adam werd gezegd dat hij moest heersen over dieren, vogels en vissen, namelijk over de hele wereld. In Psalm 8 wordt er gesproken over de zoon des mensen die zou heersen over de hele aarde. En in Hebr. 2 wordt gezegd dat de Here Jezus dit is, maar dat de openbaring daarvan nog even op zich laat wachten.

Toen Adam stierf kwam de vraag:

Wie zal nu koning zijn over de aarde?
Wie is het zaad van de vrouw dat de kop van de slang zou vermorzelen?
Wie is nu de erfgenaam van Adam?
Ofwel: Wie is de zoon des mensen?

Jezus Christus, de kroon der schepping Gods!

Drupal Theme by Web Agency